Ooit gehoord van de taal Esperanto?

De kunsttaal Esperanto is ontwikkeld door Ludovich Zamenhof. Onder zijn pseudoniem dr. Esperanto (Iemand die hoopt) bracht hij in 1887 zijn eerste werk "La internacia lingvo (De internationale taal)" uit. Hierin beschrijft Zamenhof een logische, makkelijk te leren, politiek neutrale, internationale taal. Momenteel wordt de taal Esperanto in meer dan ongeveer 120 landen gesproken en dat betekent dat het rond de twee miljoen sprekers kent.

De oplossing

Door miscommunicatie tussen verschillende culturen en talen toentertijd tussen de inwoners van Zamenhof zijn woonplaats Bialystok te Polen, zoals Russen, joden, Duitsers en Polen, bedacht hij, op 14-jarige leeftijd, de oplossing voor dat probleem. Er zou naast al die verschillende talen één taal moeten bestaan, die door allen begrepen zou moeten worden, zodat daardoor de veelvoorkomende onenigheid en onduidelijkheid naar elkaar toe, verdreven zou worden. Esperanto is dus ontworpen om mensen uit verschillende culturen met elkaar te kunnen laten communiceren.

 

Grammatica

Esperanto is dus een kunsttaal die elementen heeft die aan natuurlijke talen zijn ontleend. Door de grote regelmatigheid en simpele grammatica is deze taal makkelijk te leren en wordt er door verschillende sprekers op gelijkwaardige voet gecommuniceerd. De klanken en woordenschat zijn gebaseerd op Indo-Europese talen. De klankinventaris is voornamelijk Slavisch en de woordenschat is geïnspireerd door de Romaanse talen, 60%, en wat minder door de Germaanse talen, 30%, terwijl er nog 5% van de Slavische taal voorkomt en de rest van andere talen, zoals bijvoorbeeld het Grieks. De grammatica is schematisch opgezet en komt vaak overeen met andere talen, bijvoorbeeld door het onderscheid tussen de twee naamvallen nominatief (eerste naamval) en de accusatief (vierde naamval). Esperanto heeft 23 medeklinkers en 5 klinkers. De klemtoon ligt altijd op de voorlaatste lettergreep. Zamenhof ging uit van zo veel mogelijke internationaal bekende woorden en een volstrekte regelmaat in grammatica.

 

Het komen en gaan van Esperanto uitgaven

Er verschenen verschillende uitgaven, boeken en tijdschriften in het Esperanto van tijd tot tijd, echter deze verdwenen dan ook weer om verschillende redenen: uit angst voor de Jodenvervolging (Zamenhof was van joodse komaf). Om als verdacht beschouwd te worden heeft de vader van Zamenhof het werk van zijn zoon verbrand. Een andere reden was dat in 1895 de Russische censuur de publicatie van een vertaling van de Russische schrijver Tolstoj verbood.


Fundamento de Esperanto

In 1905, bij de eerste internationale Esperanto-congres in Boulogne-sur-Mer te Frankrijk, bleek dat de taal ook mondeling het uitstekend deed. Naar aanleiding van dit congres kwam het boek uit: "Fundamento de Esperanto". Dit vormt de basis van de taal. Het bevat een voorwoord, 16-regels van de grammatica, een verzameling oefeningen en een woordenlijst met 2635 woorden.
In het Esperanto komen geen dialecten voor. Omdat de taal hoofdzakelijk geschreven wordt en er jaarlijkse congressen en andere evenementen georganiseerd worden, wordt deze taal wereldwijd vrijwel eender uitgesproken.

 

Esperanto: een taal die de wereld opent

We zijn dus tot de conclusie gekomen dat Esperanto een snel leerbare, internationale taal is, een taal die als communicatiemiddel zorgt voor gesprekken tussen mensen met verschillende moedertalen. Daardoor overbrugt de Esperanto taal zeer makkelijk taalbarrières; een taal die nationaliteit overstijgt en mensen van over de hele wereld een mogelijkheid biedt om met elkaar te kunnen communiceren. Een taal die de wereld opent. Esperanto heeft een brugfunctie en wordt toegepast in de internationale wereld naast de eigen regionale en/of nationale taal. Het is in 1954 officieel erkend door UNESCO.


Tweetalig en polyglot

Het Esperanto is tot nu toe nog geen wereldtaal, maar wordt ook tegenwoordig nog altijd gebruikt en overgedragen. Er zijn zelfs ouders die hun kinderen in het Esperanto opvoeden. Er zijn mensen die Esperanto als hun eigen moedertaal zien. Verder zijn alle Esperantosprekers tweetalig of polyglot. Dat wil zeggen dat men een groot aantal talen beheerst.