Taalontwikkeling tijdens de eerste levensjaren

Het aangeboren taalvermogen

Omdat wij een aangeboren taalvermogen hebben, net zoals een gezichtsvermogen en een denkvermogen, kunnen we als kind al vrij snel de moedertaal aanleren. Kinderen leren een taal snel en dat zonder dat iemand ze de regels van de taal hoeft uit te leggen.
Baby's bouwen al aan het begin, hun eigen systeem op, een systeem van regels waar je woorden en later hele zinnen mee kunt maken. We hebben het hier over het "aangeboren taalvermogen".

De eerste levensjaren

Ieder kind wereldwijd leert zijn eigen moedertaal. Vanaf ongeveer vier jaar beheerst het kind die taal. De basis van het taalvermogen ligt in de eerste levensjaren, terwijl men ook op oudere leeftijd nog steeds doorleert met nieuwe woorden en uitdrukkingen. In plaats van dat men zo veel moeite moet doen om op latere leeftijd een taal te leren, zo razendsnel en ogenschijnlijk moeiteloos gaat het bij het kind. Kinderen hebben een uitstekend geheugen. Daarmee onthouden ze makkelijk nieuwe woorden die aangeleverd worden door ouders, hun oudere broertjes en zusjes en van kinderen van hun eigen leeftijd.

Alle moedertalen

Tijdens een onderzoek is gebleken dat van de 6000-7000 levende talen de helft zal verdwijnen. UNESCO beweert dat het helemaal geen kwaad kan wanneer kinderen meer dan één moedertaal tegelijk leren. Hiermee promoten ze het meertalig onderwijs en proberen op onder andere deze manier te voorkomen dat er een halvering komt van de diversiteit van alle moedertalen van de wereld.

Taalverwerving

Taalverwerving is meer dan alleen maar imitatie. Tot op zekere hoogte doen kinderen na wat zij uit hun omgeving opvangen. Maar ze stellen hun eigen taalverwervingssysteem samen en gaan hiermee net zo lang door totdat ze ongeveer hetzelfde praten als wat zij horen in hun omgeving.

Spelenderwijs

Ondanks het feit dat mensen op latere leeftijd veel moeite doen om een vreemde taal er bij te leren, ging het ze op jongere leeftijd veel makkelijker en sneller af bij het oppikken van de moedertaal. Kleine kinderen denken niet na bij waar ze mee bezig zijn. Kinderen leren hun taal onbewust. Zo heeft het Nederlands regels waarbij wij totaal niet over hoeven na te denken. We hebben die regels ooit ongemerkt geleerd tijdens onze kinderjaren. Kinderen leren spelenderwijs de taal van degenen uit hun directe omgeving.
Op vijfjarige leeftijd kennen kinderen nagenoeg alle regels van hun taal. En dan maakt het niet uit welke moedertaal het kind dan leert, of het nu Russisch, Chinees of Nederlands is. Kinderen leren alle talen even snel. Sneller in ieder geval dan bijvoorbeeld veters strikken, klokkijken en eenvoudige sommetjes maken.

Taalklanken en de klemtoon

Wanneer een baby ongeveer zes maanden oud is, leert hij/zij de eerste taalklanken. Dit begint meestal met de b, d en de Engelse g-klank. De Nederlandse baby's zullen later begrijpen dat de Engelse g niet binnen de Nederlandse taal hoort.
Op eenjarige leeftijd spreken de meeste kinderen de eerste woordjes. Wanneer ze ongeveer 6 jaar zijn kennen ze zo'n 14.000 woorden. De kinderen moeten de goede klemtoon in het woord weten te gebruiken. Ook moeten ze leren hoe je met een combinatie van twee afzonderlijke woorden één nieuw woord kan maken, zoals soep en lepel wordt soeplepel. En tevens moeten ze doorkrijgen hoe een bestaand woord verandert wanneer je er bijvoorbeeld een verkleinwoord van maakt, schaap wordt schaapje en pop wordt poppetje.

Op tweejarige leeftijd leren de kinderen korte zinnetjes te zeggen. Zo'n zinnetje bestaat in het begin uit hooguit twee woordjes, de tweewoordzinnen. Daarna worden de zinnen al gauw uitgebreid met meerdere woorden. Ze gebruiken in eerste instantie alleen de inhoudswoorden (zelfstandige naamwoorden en werkwoorden) en vergeten daarbij de lidwoorden, voorzetsels en persoonlijke voornaamwoorden.

Native speaker

We maken even een bruggetje naar de term "native speaker".
Een native speaker of moedertaalspeaker is iemand die als klein kind zijn taal via de natuurlijke weg, spelenderwijs, geleerd heeft. Hij heeft deze taal niet als tweede taal, in een gestructureerd proces, toegeeigend, maar heeft dit op jonge leeftijd door taalverwerving aangeleerd. Het begrip "native speaker" komt voor in het taalonderwijs, bij tolk- en vertaaldiensten en ook binnen het communicatievak. Bij een native speaker zal in eerste aanleg de neiging tot taalbeschouwing van de eigen taal (het bekijken van vorm en taalregels van de taal) minder zijn ontwikkeld dan de taalbeheersing (het vermogen zich goed in een taal te kunnen uitdrukken). Bij de niet moedertaalspreker (non native) is het omgekeerde het geval. En uiteraard zal de taalkunde geschoolde native speaker weer wel gevoelig zijn voor taalbeschouwing.

Native- of non native speaker

Als de doeltaal ook de moedertaal is, is gebleken dat een vertaling kwalitatief beter is, omdat de native speaker beter werkt vanuit een vreemde taal naar zijn/haar moedertaal. Bijvoorbeeld zal de native speaker ook worden benaderd om automatisch vertaalde teksten, bedoeld voor de lidstaten van de EU, nog voor publicatie opnieuw na te lezen, te controleren en te corrigeren.
In feite zou de vertaler alleen in zijn eigen moedertaal moeten vertalen, daarbij moet natuurlijk wel de brontaal goed worden beheerst. We denken dan aan native speakers van andere talen, die een Nederlandse tekst naar hun eigen moedertaal moeten kunnen omzetten. Hierdoor kan een tekort bestaan aan goede vertalers.

Bij vertalingen uit het Engels denkt men vaak dat ze de Engelse taal meester zijn, maar dit is vaak een zelfoverschatting en misvatting wanneer we kijken naar de gebrekkige vaardigheden binnen die (toch) vreemde taal, waarbij subtiliteiten over het hoofd worden gezien.
Maar wanneer de non native vertaler de brontaal en het onderwerp goed beheersen, dan zal men toch, bij vooral specialistische teksten, eerder kiezen voor deze vertaler dan voor een native speaker vertaler van de doeltaal. Hiermee is men meer verzekerd met een vertaler die de kennis heeft van het vakjargon en die daarom de teksten op de juiste manier zal kunnen vertalen.